Er zijn mensen die nooit boos lijken. Of die boosheid zo snel wegmoffelen dat ze het zelf nauwelijks opmerken. En dan zijn er mensen die woedeaanvallen kennen die totaal buiten proportie lijken — over iets kleins, onverwachts, ogenschijnlijk onbelangrijks. In beide gevallen speelt er vaak hetzelfde: een innerlijk kind dat wacht op erkenning voor iets wat lang geleden is begraven.

Boosheid wordt in veel gezinnen niet uitgenodigd. Zeker niet bij kinderen. “Doe niet zo moeilijk”, “Jij hebt niks om boos over te zijn”, “Ga naar je kamer tot je gekalmeerd bent” — het zijn boodschappen die leren dat boosheid gevaarlijk of onwelkom is. En dus verdwijnt het. Maar weggestopte emoties verdwijnen niet echt.

Wat boosheid van het innerlijk kind eigenlijk zegt

Het innerlijk kind is het deel van ons dat de emotionele indrukken van onze vroege jaren meedraagt. Wanneer het kind dat jij was geen ruimte kreeg voor boosheid — of erger, wanneer boosheid consequenties had — dan leerde dat kind om die emotie te onderdrukken, te bevriezen of om te vormen.

Boosheid van het innerlijk kind zegt eigenlijk: hier is iets gebeurd dat niet oké was. Het is een gezonde, informatieve emotie. Het probleem is niet de boosheid zelf — het probleem is dat ze nooit gehoord is.

Die ongehoorde boosheid zoekt een uitweg. Soms door overreactie op kleine dingen nu. Soms door passief-agressiviteit. Soms door het lichaam: spanning, hoofdpijn, vermoeidheid.

Hoe onderdrukkte boosheid zich laat zien

Je herkent dit misschien:

  • Intense irritatie over kleine dingen die je dan weer schuldig laat voelen
  • Een gevoel van leegte of verdoving waar eigenlijk boosheid zou kunnen zijn
  • Tranen terwijl je eigenlijk boos bent
  • Het gevoel dat je niet boos mág zijn, ook als er alle reden toe is
  • Boosheid die je naar binnenkeert als zelfkritiek of schaamte

Al deze varianten zijn vormen van hetzelfde fenomeen: boosheid die geen thuis heeft gevonden.

Boosheid erkennen zonder erin mee te gaan

Erkennen is iets anders dan uiten. Je hoeft niet te schreeuwen of iemand te confronteren om de boosheid van je innerlijk kind te erkennen. Erkennen begint met zeggen — in jezelf of hardop: “Ik zie dat jij boos bent. En dat klopt. Je had het recht om boos te zijn.”

Dat klinkt misschien simpel, maar het is voor velen een diepe drempel. Want erkennen dat die boosheid terecht was, betekent ook erkennen dat er iets fout is gegaan. Dat er schade is geweest. Dat is soms moeilijker dan de boosheid zelf.

Hoe innerlijk kind werk in de praktijk kan worden toegepast, lees je in innerlijk kind oefeningen die je thuis kunt doen.

Boosheid als onderdeel van heling

In de helingspraktijk zien we vaak dat er, nadat mensen zich lang verdrietig of bang hebben gevoeld, op een bepaald moment boosheid opkomt. Dat is geen achteruitgang — dat is een teken van contact. Van leven. Van een innerlijk kind dat zich veilig genoeg begint te voelen om te laten zien wat er werkelijk leeft.

Re-parenting — jezelf opnieuw ouderlijk bijstaan — betekent ook: jezelf toestaan boos te zijn. Jezelf niet corrigeren zoals je als kind werd gecorrigeerd. Maar getuige zijn van die emotie, met mildheid.

Laat dit rustig landen.

Bekijk ook op YouTube

Playlist: Doorbreek je Patronen

Bekijk de playlist →

Wil je hier zelf mee aan de slag?

Start met het gratis Meditatiepakket.

Ontdek het gratis aanbod →

Privacy Preference Center